{"id":2728,"date":"2015-07-27T17:18:29","date_gmt":"2015-07-27T17:18:29","guid":{"rendered":"https:\/\/bkpdefunts.smainternational.info\/?p=2728"},"modified":"2015-07-27T17:18:29","modified_gmt":"2015-07-27T17:18:29","slug":"le-pere-jeu-florack","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.defunts.smainternational.site\/?p=2728","title":{"rendered":"Le P\u00e8re Jeu FLORACK"},"content":{"rendered":"<p><strong>Soci\u00e9t\u00e9 des Missions Africaines &#8211; Province de Hollande<\/strong><\/p>\n<table style=\"height: 17px; width: 998px;\">\n<tbody>\n<tr>\n<td><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\" size-full wp-image-2727\" src=\"https:\/\/www.defunts.smainternational.site\/wp-content\/uploads\/2015\/07\/FLORACK_Jeu.jpg\" alt=\"FLORACK Jeu\" width=\"113\" height=\"141\" \/><\/td>\n<td>n\u00e9 le 17 novembre 1918 \u00e0 Maastricht<br \/>dans le dioc\u00e8se de Roermond, Hollande<br \/>membre de la SMA le 15 juillet 1939<br \/>pr\u00eatre le 28 mars 1943<br \/>d\u00e9c\u00e9d\u00e9 le 29 ao\u00fbt 1997<\/td>\n<td>\n<p>1943-1945 Herlaer et Bemelen, \u00e9tudes<br \/>1945-1946 Cadier en Keer, professeur au moyen s\u00e9minaire<br \/>1946-1952 Nijmegen; \u00e9tudes de Lettres \u00e0 l&rsquo;universit\u00e9<br \/>1952-1958 Cadier en Keer, professeur et pr\u00e9fet<br \/>des \u00e9tudes au moyen s\u00e9minaire<br \/>1958-1968 Sup\u00e9rieur provincial<br \/>1968-1969 ann\u00e9e sabbatique<br \/>1969-1997 Buggenum, Hollande, cur\u00e9<\/p>\n<p>d\u00e9c\u00e9d\u00e9 \u00e0 Buggenum, Hollande, le 29 ao\u00fbt 1997<br \/>\u00e0 l\u2019\u00e2ge de 78 ans<\/p>\n<\/td>\n<\/tr>\n<\/tbody>\n<\/table>\n<p>Pater Jeu FLORACK (1918 &#8211; 1997)<\/p>\n<p>Afkomst.<\/p>\n<p>Mathias Dionysius Florack, zoon van Petrus Florack en Cathari\u00acna Paulissen, werd geboren te Wolder-Maastricht, juist na de eerste wereldoorlog, op 17 november 1918 en daags erna gedoopt in de Petrus en Paulus kerk te Oud-Vroenho\u00acven. De moeder van Jeu, zoals hij dagelijks genoemd werd, was een zus van Mgr. Paulis\u00acsen. Uit dit grote Flo\u00acrackge\u00aczin van dertien kinde\u00acren volgde hij zijn oudere broer Denis naar het seminarie; een zus ging naar Menton en als Zr. Huberta naar de missie in de Goudkust (Gha\u00acna), en zijn jongere zus Nelly werd de moeder van pater Han Perry.<\/p>\n<p>Opleiding.<\/p>\n<p>Na de lagere school te Wolder-Maastricht, ging Jeu in 1931, in navol\u00acging van zijn broer, naar de priestermissionaris-oplei\u00acding van de Soci\u00ebteit voor Afrikaanse Missi\u00ebn, waarvan toen\u00actertijd zijn oom Hubert Paulissen provinciale overste was. Na de middelbare opleiding in huize &lsquo;Nieuw-Herlaer&rsquo; te St. Mi\u00acchiels\u00acge\u00acstel en daarna het missiehuis te Cadier en Keer, ging hij in 1937 naar het seminarie &lsquo;Ore Place&rsquo; te Has\u00actings voor zijn philosophie en werd, door eedaf\u00aclegging, op 15 juli 1939 lid van de Soci\u00ebteit.<\/p>\n<p>Tij\u00acdens de zomervakantie in 1939 brak de oorlog uit, zodat terug\u00ackeer naar Engeland onmogelijk werd vanwege de vordering ven het seminarie door het leger. In novem\u00acber 1939 kon de studie hervat worden in het gehuurde semina\u00acriege\u00acbouw van de Jezu\u00efeten te Aalbeek. Van daaruit werden Jeu en zijn klasgeno\u00acten priester gewijd in de parochiekerk van de H. Clemens te Huls\u00acberg op 28 maart 1943\u00ac door Mgr. Lemmens, bisschop van Roermond.<\/p>\n<p>Missionaris.<\/p>\n<p>Zijn eerste benoeming was: leraar te Nieuw Herlaer en zich tevens voor te bereiden op staatsexamen. In 1944 kreeg hij de opdracht om vanuit Bemelen assistenties te verrichten en zich verder te bekwamen in latijn en grieks. In september 1945 werd hij benoemd tot leraar klassieken te Cadier en Keer. Hierna volgde in 1946 zijn opdracht om aan de universiteit van Nijme\u00acgen klassieken te gaan studeren. Hij vestigde zich in Nijmegen en begon serieus zijn studie van de klassieke talen. Kunst had echter altijd zijn speciale belangstelling en daarop ging hij zich in zijn studies ook steeds meer te richten. Na zijn kandidaats-examen klassieken keurde de faculteits\u00acraad, in haar vergade\u00acring van 31 maart 1950, zijn vakken-combina\u00actie voor een docto\u00acraal-examen in de kunstgeschiedenis goed. Hoofdvak zou worden: kunstgeschie\u00acdenis der Middeleeuwen, met als bij\u00acvakken: griekse letterkunde en kunstgeschiedenis van de nieuwe tijd. Naar ik meen te weten, was dit buiten medeweten van het pro\u00acvin\u00acciaal bestuur. <br \/>Hij hield boven\u00acdien van reizen, en museumbe\u00aczoek in Frank\u00acrijk, Itali\u00eb en Spanje waren wenselijk vanwege deze keu\u00acze.<br \/>In september 1950 kwam hij naar Cadier en Keer om daar les te gaan geven. Regelmatig pendelde hij van daaruit naar Nijmegen om verder af te studeren. In augustus 1952, toen hij zijn studie afgerond had, werd hij tevens benoemd tot studiepre\u00acfect in het missiehuis te Cadier en Keer.<\/p>\n<p>Tijdens de provinciale vergadering van 1958 werd pater Jeu Florack gekozen als provinciaal overste voor een periode van tien jaar: dit jaar was in Rome besloten de be-stuursperio\u00acde van zes jaar te verlengen tot tien jaar, wat ze trouwens na \u00e9\u00e9n perio\u00acde meteen weer teruggedraaid hebben. Pater Florack heeft deze verantwoordelijkheid gedra-gen van 1958 tot 1968. De reden van zijn keuze lag mede in het feit van de strijd om rijkserken\u00acning van het missiehuis te Cadier en Keer als offi\u00accieel gymna\u00acsium met erkend eindexamen. Als studieprefect van dit college was hij met de vereisten en de problematiek erom heen op de hoogte. Veel energie is hierin gestoken. Uiteinde\u00aclijk kreeg het College Onze Lieve Vrouw van Lourdes te Cadier en Keer met ingang van 1 maart 1965 door de rijksoverheid de erkenning als gymnasium-A, volgens aankon\u00acdi\u00acging in het Staats\u00acblad nr. 89 dd. 15.03.1965. In een rondzend\u00acbrief schreef provinciaal Florack naar de ouders van de stu\u00acdenten:<br \/> \u00ab\u00a0Studiebeurzen, rijksstudietoelagen, kinderbijslag en aftrek zijn voortaan werkelijkheden, die u en ons moeten helpen om de opleiding van uw zoon mogelijk te maken.<br \/> Het huidige kostgeldtarief (f 1080,-) wordt als niet-naar-waarheid ingevuld geacht bij offici\u00eble opgave voor kost- en leergeld. Met ingang van 1 september 1965 is het kostgeld met f 420,- verhoogd en bedraagt nu f 1500,- per jaar\u00a0\u00bb.<br \/>Helaas moest enkele jaren later dit college, wegens gebrek aan studenten voor een missi-onarisopleiding, gesloten worden.<\/p>\n<p>Een voortdurende zorg tijdens deze bestuursperiode waren de financi\u00ebn. Wegens onvoldoende eigen vakbekwame leraren, werden &lsquo;dure&rsquo; lekenkrachten ingehuurd. Dit kostte, jaren lang, handen vol geld. Daarom werden in die jaren parochies in Duitsland aange\u00acnomen, want daar werden de priesters goed betaald en kon elk jaar een aanzienlijk bedrag naar de S.M.A.- prokuur in Neder\u00acland worden overgemaakt.<\/p>\n<p>Tijdens deze bestuursperiode werd de Britse provincie opge\u00acricht en ging het S.M.A.- huis in Hampstead, Londen, over naar deze nieuwe provincie. In Nederland werd de wijnhandel en later ook de daarbij behorende gebouwen verkocht aan de heer Grit Gielen en werd &lsquo;Caves Cadier&rsquo; een zelfstandig bedrijf. De S.M.A. had niet de technische know-how om zo&rsquo;n bedrijf zake\u00aclijk te exploiteren en bovendien werden steeds meer vragen gesteld of deze bedrijfsvoering wel in overeenstemming was met onze missionaire opdracht.<\/p>\n<p>Naast financi\u00eble en personele zorgen, was er het grote kerkge\u00acbeuren, waarin de provinciaals van orden en congregaties ook een rol speelden. <br \/>Het Vaticaans Concilie werd gehouden, paus Johan\u00acnes XXIII wilde &lsquo;de deuren en ramen open&rsquo;, in Nederland vond te Noord\u00acwijkerhout het landelijk pastoraal concilie plaats. De provin\u00acciale oversten van de SNPR (= Stich\u00acting {later Samenwer\u00acking} Nederlandse Priester-Reli\u00acgieuzen) kwamen twee keer per jaar een paar dagen samen om binnen het geheel van deze situa\u00actie hun standpunten en bij\u00acdragen te bespreken. Daarnaast kwamen binnen de SNPR de provinciale oversten van de &lsquo;seven-up&rsquo; (later groep IV) nog maandelijks bij elkaar. Deze zeven exclu\u00acsieve missionaire Congregaties, later uitgebreid met de be\u00acstuurlijke verant\u00acwoor\u00acdelijken voor missiezaken in de andere religieuze congrega-ties, bespra\u00acken vooral de missionai\u00acre problemen. In zuid-limburg vroeg de samenwerking in philos\u00acophisch en theologisch onderwijs de nodige aandacht.<\/p>\n<p>Daarnaast had de provinciaal de zorg voor eigen leden. De kerk was in beweging. Traditionele waarden en standpunten werden opnieuw bekeken en bevraagd en de provinciaals kregen te maken met geloofscrisis en celibaatsproblemen bij hun eigen leden. Ook Jeu Florack kreeg daar mee te maken. Vooral de eerste gevallen van uittredingen waren dikwijls zeer pijnlijk en emotioneel. Er waren nauwelijks regels en ervaringen hoe hiermee om te gaan, nauwelijks financi\u00eble voorzieningen, nauwelijks een maatschappelijk draagvlak. De provinciaal heeft bovendien te maken met alle leden en daarbij waren ook lasti\u00acge, eigenzinnige en recalcitrante leden. Met al deze gevallen kreeg Jeu te maken, tot zelfs in de rechtszaal toe.<\/p>\n<p>De keerzijde van de medaille was, dat deze functie gelegenheid bood om internationale reizen te maken. Daar waren jaarlijks de Plenary Councils, bijeenkomsten van het hoofdbestuur met de provinciale oversten, die bij toerbeurt gastheer waren. In 1959 bezocht hij de missiegebieden in Ghana en ook in 1963 ging hij voor een paar maanden op visitatie-bezoek naar Ghana en be\u00aczocht tevens zijn broer te Takoradi, die een half jaar later dodelijk verongelukte. Ook bezocht hij geregeld de neder\u00aclandse collega&rsquo;s in de U.S.A. en natuurlijk ook in Euro\u00acpa.<\/p>\n<p>Provinciaal Florack was een eenzame werker. Plichtsgetrouw werkte hij zijn correspondentie af en elke confrater kreeg antwoord op zijn brieven. De gezagsuitoefening was nog in de toentertijd gebruikelijke autoritaire stijl, zonder inspraak met de betrokkenen (de provinciale vergadering van 1968 be\u00acsloot tot &lsquo;inspraak&rsquo; bij benoemingen). Zowel benoemingen alsook bemerkingen kwamen bij sommigen wel eens hard en pijn\u00aclijk aan.<\/p>\n<p>Na zijn mandaat als provinciaal nam hij eerst een sabbatical en zocht toen een functie buiten de S.M.A.-huizen (meerdere ex-provinciaals trachten dagelijkse ontmoetingen met confra\u00acters waarmee ze &lsquo;in functie&rsquo; soms onplezierige of confronte\u00acrende ontmoetingen gehad hebben, te mijden).<\/p>\n<p>In juli 1969 werd Jeu benoemd tot pastoor van Buggenum. Mede ter aanvulling van zijn salaris was hij de eerste paar jaren teven godsdienstleraar te Posterholt aan de landbouwhuishoud\u00acschool. Wegens ambtsverlating kwam er in 1971 een vacature in het provinciaal bestuur. De overige leden van het zittende bestuur opteerden voor Jeu Florack als vervanger in deze vacature en op 11 september 1971 kwam de toestemming van het algemeen bestuur in Rome. In 1973 werd Jeu opnieuw gekozen als bestuurslid en is dit gebleven tot en met de provinciale vergadering van 1978. Ook nam hij functies aan als lid van de redactieraad van het tijdschrift \u00ab\u00a0Stemmen uit Lourdes\u00a0\u00bb en moderator van de VOS (= Vereniging van oud-studenten). Hij bleef functioneren als pastoor van Buggenum.<\/p>\n<p>Dit waren voor hem gelukkige jaren. Jeu was een levensgenieter en hij verstond de kunst om &lsquo;van problemen geen problemen te maken&rsquo;. Hij scheen nu gemakkelijker en relativerender met moeilijkheden en problemen om te gaan dan gedurende zijn provinciaalsperiode ook al gaf hij ook toen al soms de indruk van een schijnbare onbezorgdheid. Als pastoor gaf hij veel ruimte, zowel aan het bestuur van de parochies, als ook aan de gelovi\u00acgen en de organisaties. Hij had een progressieve instel\u00acling en nam geen blad voor de mond, waardoor hij wel eens van mening verschilde met zijn buurtpas\u00actor Jo Gijsen, toen nog rector van de zusters te Nunhem. Hij had aandacht en tijd voor de mensen, de zieken, de bejaarden. Hij had regelmatig contact met de verenigingen en hij had speciale belangstelling voor de kapel\u00acletjes in de parochie. De kapel van de H. Aldegundis, patrones van de parochie, werd door hem op 5 juni 1988 ingeze\u00acgend.<\/p>\n<p>Zijn gouden priesterjubileum werd groots gevierd en hij werd toen bijna de hemel ingeprezen. Wel zei de burgemeester bij die gelegenheid dat hij speciaal de beschermengel dankte als hij de pastoor onderweg achter het stuur van zijn auto tegen\u00ackwam. En niet helemaal ten onrechte. Door een aanrijding buiten zijn schuld kwam hij enkele weken in het ziekenhuis terecht en moesten twee loslopende paarden op de weg afgemaakt worden; doch vaker kwam hij thuis met een niet geheel onge\u00acschonden wagen. Generaal Patrick Harrington schreef bij gele\u00acgenheid van dit \u00acgouden jubileum, speciaal verwijzend naar zijn provinciaalspe\u00acriode:<br \/> \u00ab\u00a0The service of leadership is not easy (as we know!), but you seemed to combine the right blend of animation, dialogue and vision\u00a0\u00bb.<\/p>\n<p>Gestorven.<\/p>\n<p>De gezondheid van pastoor Jeu Florack werd problematisch. Bisdom, de Soci\u00ebteit en het kerkbestuur begonnen zich zorgen te maken. Hij was al verschillende keren &lsquo;gevonden&rsquo; vanwege plotseling onwel wor\u00acden. Ook zijn functioneren in de parochie begon na te laten. Op zaterdagmiddag 28 juni 1997 rond 5 p.m., toen hij niet verscheen voor de Eucharistieviering, trof men hem in de badkamer aan, waar hij sinds vrijdagochtend gelegen had. Hij had opnieuw een herseninfarctje gehad. Na een kort verblijf in het ziekenhuis te Roermond, kwam hij naar het missiehuis te Cadier en Keer, naar men dacht om zich daar definitief te vestigen, doch al na een paar dagen had hij zijn terugkeer naar Buggenum geregeld.<\/p>\n<p>Alle betrokken partijen kwamen te Buggenum samen en spraken hun grote bezorgdheid uit over de pas\u00actoor persoonlijk, alsook over de parochie. De pastoor zelf was niet zo overtuigd van dit alles. Toch werd, volgens notitie van vicaris R. Maessen, besloten, dat per 1 september de benoeming van pastoor Florack als pastoor van Buggenum zou eindigen.<br \/>Er zou naar geschikte woongelegen\u00acheid voor hem in Buggenum gezocht worden. Dit was niet meer nodig. Op 29 augustus 1997 trof men hem dood aan in de pastorie te Buggenum. Hij werd 78 jaar oud.<\/p>\n<p>De plechtige uitvaartdienst vond plaats in zijn parochiekerk van St. Aldegondis te Buggenum op donderdag 4 september, waarin provinciaal Ton Storcken voorging. In de namiddag vond de begrafenis plaats in het begraafplaats van het missiehuis te Cadier en Keer. Han Perry ging voor in de absoute voor zijn oom, die begraven werd naast zijn zus Zr. Huberta Florack.<\/p>\n<p>Bronnen:<br \/>&#8211; Archief nederl. provincie S.M.A., Cadier en Keer.<br \/>&#8211; A. Rijpkema in Afrika Ontwaakt 1965, pag. 111<br \/>&#8211; Onze Krant nr. 113, december 1997.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Soci\u00e9t\u00e9 des Missions Africaines &#8211; Province de Hollande n\u00e9 le 17 novembre 1918 \u00e0 Maastrichtdans le dioc\u00e8se de Roermond, Hollandemembre de la SMA le 15 juillet 1939pr\u00eatre le 28&#8230;<\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":2727,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[3],"tags":[],"class_list":["post-2728","post","type-post","status-publish","format-standard","has-post-thumbnail","hentry","category-necrologe-sma"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.defunts.smainternational.site\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/2728","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.defunts.smainternational.site\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.defunts.smainternational.site\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.defunts.smainternational.site\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.defunts.smainternational.site\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=2728"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.defunts.smainternational.site\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/2728\/revisions"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.defunts.smainternational.site\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/media\/2727"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.defunts.smainternational.site\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=2728"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.defunts.smainternational.site\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=2728"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.defunts.smainternational.site\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=2728"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}