{"id":775,"date":"2015-01-15T15:40:04","date_gmt":"2015-01-15T15:40:04","guid":{"rendered":"https:\/\/bkpdefunts.smainternational.info\/?p=775"},"modified":"2015-01-15T15:40:04","modified_gmt":"2015-01-15T15:40:04","slug":"le-pere-gerard-van-hout","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.defunts.smainternational.site\/?p=775","title":{"rendered":"Le P\u00e8re Gerard van HOUT"},"content":{"rendered":"<p><strong>Soci\u00e9t\u00e9 des Missions Africaines \u2013Province de Hollande<\/strong><\/p>\n<table style=\"height: 17px; width: 1065px;\">\n<tbody>\n<tr>\n<td>n\u00e9 le 25 d\u00e9cembre 1918 \u00e0 Vessem<br \/>dans le dioc\u00e8se de &lsquo;s-Hertogenbosch, Hollande<br \/>membre de la SMA le 15 juillet 1939<br \/>pr\u00eatre le 28 mars 1943<br \/>d\u00e9c\u00e9d\u00e9 le 14 f\u00e9vrier 1999<\/td>\n<td>\n<p>1944-1957 Aum\u00f4nier militaire<br \/>1957-1959 Sekondi (Ghana)<br \/>1959-1962 Oosterbeek, propagande<br \/>1962-1963 Londres, assistant du sup\u00e9rieur<br \/>1963-1969 Ghana : Prestea et Takoradi<br \/>1970-1975 Nigeria : Ijebu-Ode<br \/>1975-1976 Nim\u00e8gue, malade<br \/>1976-1984 Oosterbeek, administration<br \/>1984-1999 Cadier en Keer, Afrika Centrum<br \/>retir\u00e9 les derni\u00e8res ann\u00e9es<\/p>\n<p>d\u00e9c\u00e9d\u00e9 \u00e0 Sittars, le 14 f\u00e9vrier 1999,<br \/>\u00e0 l&rsquo;\u00e2ge de 80 ans<\/p>\n<\/td>\n<td>&nbsp;<\/td>\n<\/tr>\n<\/tbody>\n<\/table>\n<p>Pater Gerard van HOUT (1918 &#8211; 1999)<\/p>\n<p>Geboren.<\/p>\n<p>Gerardus van Hout, zoon van Cornelis van Hout en Maria Catha\u00acrina Kolsters, werd geboren te Vessem op 25 december 1918. Met zijn twee broers en zus groeide Gerard op te Netersel. Daar ook kwam zijn zus Grada onder de oorlog in contact met Caspar Beenker, oud-student van Keer en broer van pater Jan Beenker. Caspar trouwde met deze \u00e9\u00e9n jaar oudere zus van Gerard en trad in dienst bij de fa. van Heesewijk te Best.<\/p>\n<p>Opleiding.<\/p>\n<p>Na de lagere school ging Gerard naar het seminarie van de Afrikaanse Missi\u00ebn te Nieuw Herlaer, St. Michielsgestel, van 1931 tot 1934 en te Cadier en Keer van 1934 tot 1\u00ac937. Hij ging naar Hastings in Engeland voor zijn studie van de philosophie. Vanwege neus- en keelklachten maakte magister A. Roelofs zich nogal zorgen over Gerard&rsquo;s aanname als Soci\u00ebteitslid. Toch heeft hij op 15 juli 1939 zijn tijdelijk eed afgelegd.<br \/>Vanaf november 1939 moest hij zijn theologiestudies voortzet\u00acten in een gehuurd klooster te Aalbeek, omdat het seminarie te Hastings in Engeland gevorderd was door het leger vanwege de oorlog.<\/p>\n<p>Gerard was een redelijk student in een klas met uitmuntende theologanten. Hij werkte ook zeer hard en stond steeds voor iedereen klaar, maar was wat naief en had een rijke fantasie. Hij was een bewogen mens waarbij de grens tussen fantasie en realiteitszin soms moeilijk in te schatten was. Naar het oordeel van de staf was Gerard een bemoeial met nogal een hoge eigendunk, zodat hij zichzelf wel eens over\u00acschatte (&lsquo;Thinks, he knows everything and is able to do eve\u00acrything&rsquo;). Dit maakte hem niet altijd populair bij zijn mede-studen\u00acten, die hem er dan ook wel eens tussen namen. Hij had echter een gouden hart en werd daarom in 1942 ook toegelaten tot de eeuwige eed. Op 28 maart 1943 werd hij in de parochiekerk te Hulsberg door Mgr. Lemmens priester gewijd. Op 25 april deed hij zijn eerste plechtige H. Mis in de parochiekerk te Neter\u00acsel.<\/p>\n<p>Missionaris.<\/p>\n<p>Vanwege de oorlog was vertrek naar Afrika onmogelijk en ging pater Gerard van Hout, zoals zovelen van de onder de oorlog gewijde missionarissen, naar Nijmegen om daar de missiekursus te volgen. Een jaar later kwam de bevrijding en Gerard kwam in contact met het geallieerde leger. Hij sprak engels, had een goed voorkomen en was niet bedeesd aangelegd. Reeds in septem\u00acber 1944 kwam hij in dienst van de koninklijke landmacht te Nijmegen. In oktober 1948 vertrok hij als brigade aalmoezenier naar Indonesie tot augustus 1950. Na zijn verlof ging hij over naar het korps mariniers en vertrok naar Nieuw Guinea. In april 1952 kwam hij terug, werd geplaatst in de marinierska\u00aczerne te Doorn en werd redactiemedewerker van het tijdschrift &lsquo;Stella Maris&rsquo;. In september 1953 ging hij terug naar Nieuw Guinea, waar hij opnieuw geplaatst werd in Hollandia, tot november 1955. Van januari 1956 tot november 1956 was hij geplaatst bij smaldeel 5 aan boord van Hr.Ms. De Zeven Provin\u00acci\u00ebn. Samen met de onderzeebootjagers Friesland en Zeeland vertrokken zij o.a. op 14 juli 1956 voor een vlootbezoek aan Leningrad. Jaren later wil Gerard je graag laten geloven dat hij er nog wat russische taalkennis aan heeft overgehouden. <br \/>Met name in Indonesie en Nieuw Guinea was hij een stuwende kracht, om het vaak eentonige leven van de mariniers te door\u00acbreken.<\/p>\n<p>Na twaalf en een half jaar verliet aalmoezenier van Hout de krijgsmacht en werd benoemd voor de missie in Afrika. In januari 1957 vertrok hij naar Ghana en werd in het aartsbisdom Cape Coast benoemd tot assistent te Sekondi. In deze stadspa\u00acrochie, waar Huub Somers pastoor was, waren meerdere priesters werkzaam. Gerard kreeg al vrij spoedig gezondheidsproblemen, koorts, buik- en maagklachten, diarrhee. Hij werd meerdere keren plaatselijk in het ziekenhuis opgenomen. Na terugkeer in het najaar van 1959 werd hij opgenomen in het St. Franciscus\u00acziekenhuis te Rotterdam en bracht daar twee maanden door voor behandeling van maag- en darmslijmvliesontsteking. Een snelle terugkeer naar Afrika werd afgeraden.<\/p>\n<p>Daarom werd pater van Hout benoemd tot propagandist en vestig\u00acde hij zich in huize Tafelberg te Oosterbeek. Zoals altijd ging hij weer met volle energie aan de slag. Bij eenmalige contacten maakte hij een geweldige indruk op de mensen. Zoals altijd, was hij zeer begeesterd, een vlotte en interessante spreker met een blij en lachend gezicht. Hij wist de mensen te &lsquo;animeren&rsquo;. Maar bij langdurige contacten werkte hij wel eens op de zenuwen van de mensen en dit gold vooral zijn eigen confraters en huisgenoten. Zij ergerden zich aan de reeds tijdens zijn opleiding gesignaleerde karaktertrekken: de fantasierijke bemoeial, die alles beter wist.<br \/>In september 1962 werd Gerard benoemd voor ons huis te Hamp\u00acstead, Londen, als assistent van pater Martin Nadorp. In 1963 kreeg hij toestemming van de Memisa keuringsraad om, onder voorwaarden, weer terug te gaan naar Afrika. Op trek gaan naar de buitenstaties in het binnenland werd uitgesloten.<\/p>\n<p>Hij vertrok naar Ghana in augustus 1963, en werd benoemd tot waarnemend pastoor te Prestea, waar kort ervoor Jan Hassing wegens ziekte was vertrokken. Toen na enige tijd bleek, dat pater Hassing definitief niet terug zou komen, werd te Prestea een andere pastoor benoemd en kreeg Gerard van Hout zijn benoe\u00acming tot assistent in de grote stadsparochie te Takoradi, waar Theo Brockhoff pastoor was en Bernard Wieggers zijn eerste assistent. Daarnaast waren er nog enkele assistenten voor bepaalde stadswijken en de buitenstaties in het omliggen\u00acde district. Gerard kreeg met name de verantwoording voor Nieuw Takoradi. Bij de aanleg van de haven tijdens de eind twinti\u00acger jaren van de vorige eeuw, hadden zich daar vooral de oorspronkelijke bewoners van het vissersdorp Takoradi geves\u00actigd. Zoals altijd en overal heeft Gerard zich weer met hart en ziel op deze taak gestort, zes jaar lang. Er werd een school bijgebouwd en het kerkgebouw kreeg een toren. Dat dit plaatsje vrij spoedig hierna is kunnen uitgroeien tot een hoofdstatie is mede aan hem te danken.<\/p>\n<p>Gerard was tevens een goed musicus en had speciale interesse in harmoniums. Hij speelde niet alleen, maar repareerde ze ook. Meerdere parochies in Ghana hebben hiervoor zijn hulp ingeroepen. Gerard was altijd bereid. Maar ook op andere gebieden was hij actief. Zijn klasgenoot Herman van de Laar vroeg hem om een retraite te preken voor de studenten van het kleinseminarie te Amisano. Ook hier wist hij de jongens te begeesteren. Vrij kort hierna was hij de regisseur van hun toneelclub en speelden ze een door Gerard vertaalde versie van \u00ab\u00a0Het Kindeken Jesus in Vlaanderen\u00a0\u00bb van Felix Timmer\u00acmans.<\/p>\n<p>In augustus 1969 ging Gerard op vakantie. In Ghana kwam men in een impasse over hem. De aartsbisschop en zijn consultors en de Regionaal erkenden dat hij hard gewerkt had en zich\u00aczelf niet spaarde, doch zijn na\u00efviteit en zijn gebrek aan reali\u00acteitszin, gekoppeld aan arrogantie, maakten samenleving en samenwerking met hem zeer moeilijk. Door zijn levensstijl en handelwijze werkte hoij anderen op hun zenuwen. Doch door hem alleen te plaatsen, vreesde men, dat hij zich zou verwaar\u00aclozen en zichzelf tot &lsquo;slachtoffer&rsquo; zou maken in een soort presta\u00actie\u00acdrang. De regionaal vroeg om hem thuis in Neder\u00acland een benoeming te geven, doch het pro\u00acvincia\u00acle bestuur vond het niet fair, dat in Ghana niet met hem gesproken was over de gerezen moeilijkhe\u00acden. Daarbij kwamen terzelfdertijd nog twee andere belangrijke en invloed\u00acrijke zaken. Splitsing van het aartsbis\u00acdom en op\u00acrichting van het bisdom Sekondi-Takoradi met Mgr. J.A. Essuah als bisschop en de controverse tussen de Soci\u00ebteit en meerdere Ghanese bis\u00acschoppen over een contract en de lengte van de toer.<\/p>\n<p>Tot zijn teleurstelling kon Gerard niet terug naar Ghana. Vooral ook de geslotenheid hierover, het gebrek aan communica\u00actie en infor\u00acmatie, heeft hem diep getroffen en was mede oor\u00aczaak van animositeit tussen hem en een paar confraters.<br \/>Uiteindelijk werd een oplossing gevonden voor een nieuwe missie in het bisdom Ijebu-Ode in Nigeria, waar Mgr. A. Sanu\u00acsi hem heeft aangenomen. In juli 1970 vertrok Gerard naar Nigeri\u00aca. Spoedig was hij ook daar met al zijn werklust en begeeste\u00acring bezig. Hij werd secretaris van de bisschop en belast met projectaanvragen in het &lsquo;Catholic Social Welfare Department&rsquo;, en vertegenwoordigde het bisdom op de catechis\u00actenbijeenkomst te Rome in september 1971. Zijn gezondheid bleef een pro\u00acbleem. In Rome moest hij opgeno\u00acmen worden wegens bloed in de urine. Tijdens de vakantie is 1973 heeft hij een week in het zieken\u00achuis te Rotterdam gelegen. Hij had angina pectoris, doch mocht terug naar Afrika om daar zijn werk af te bouwen. In mei 1975 kwam hij definitief terug naar Nederland.<\/p>\n<p>Hij ves\u00actigde zich voorlopig in het provincialaat te Nijmegen om tot rust en herstel van gezondheid te komen. Daarna ging hij naar Oosterbeek om mee te helpen bij de acties en financi\u00ac\u00eble admi\u00acnistratie. In januari 1976 moest hij opgenomen worden in het St. Elisabeth Gasthuis te Arnhem wegens een hartin\u00acfarct. Dit dwong hem om voorlopig wat rustiger aan te doen.<br \/>Maar niet voor lang: spoedig wilde hij wel weer van alles aanpakken, gevraagd en ongevraagd. Hij deed assistentie en werd medewerker van &lsquo;Onze Krant&rsquo; waardoor hij de hoofdredac\u00acteur wel eens voor de voeten dreigde te lopen, en was nog met menige andere activiteit bezig, zodat ook de doctoren wel eens vermanend moesten ingrijpen. Hij maakte een moeilijke tijd door, worstelde met nog steeds met de teleurstelling van Takoradi.<\/p>\n<p>In 1984 werd hij benoemd voor het missiehuis te Cadier en Keer als studiesecretaris inzake Afrika, met name Ghana. Spoedig was hij tevens een vrijwillige medewerker van het Afrika Centrum. En opnieuw was hij weer een en al energie, organi\u00acseerde in en buitenshuis, gaf rondleidingen en lezingen in scholen of voor bepaalde groepen.<br \/>Op zondag 28 maart 1993 vierde hij zijn gouden priesterjubi\u00acleum. In zijn welkomstwoord zei Gerard: <br \/> \u00ab\u00a0Samenkomen met confraters, familie, vrienden en kennis\u00acsen is heel belangrijk in het leven. Men weet dat men er zijn mag. Men kan een beetje verleden kwijt. Maar ook doet met er kracht op voor de toekomst, onze toekomst. Men weet dat men niet alleen staat.\u00a0\u00bb<br \/>Via de overste had hij per uitnodiging laten weten:<br \/> \u00ab\u00a0Tijdens de offerdienst in deze viering mag u uw bijdra\u00acgen naar het altaar laten brengen, welke integraal zullen worden gebruikt voor WATERVOORZIENING in het melaatsen\u00ackamp te Ijebu-Igbo, Nigeria\u00a0\u00bb.<br \/>Ook voor meerdere projecten in Ghana heeft hij zich gedurende deze jaren ingezet.<\/p>\n<p>Bij gelegenheid van zijn gouden priesterjubileum stuurde ook de algemeen overste schrifte-lijke feliciaties en vermeldde hij, bij naam, zijn &lsquo;variety of missionary apostolates&rsquo;:<br \/> \u00ab\u00a0Your versatility and many talents came in very useful in all of these missions, and you never spared yourself in promoting Christ&rsquo;s kingdom\u00a0\u00bb. Dit deed de jubilaris goed!<\/p>\n<p>Gestorven.<\/p>\n<p>Door een ongelukkige val met zijn fiets kwam hij met heuplet\u00acsel (breuk?) in het ziekenhuis terecht. Met wilskracht kwam hij weer op de been en aan het lopen, doch mogelijk heeft hij de zaak toch wat geforceerd. Nog een paar jaar lang heeft hij hiermee letterlijk &lsquo;gekrukt&rsquo; en veel pijn geleden. Ook andere ouderdomsverschijnse\u00aclen begonnen zich voor te doen. Hij bleef proberen dienstbaar te zijn. Voor invalbeurten bij de receptie was hij altijd beschikbaar en hij was ook altijd beschikbaar voor de recepti\u00aconisten, als deze moeilijke buitenlandse tele\u00acfoontjes kregen. Op 7 februari 1999 moest hij plotseling dringend opgenomen worden in het ziekenhuis. Wegens plaatsge\u00acbrek kon dit niet in Maastricht, doch werd hij opgenomen in het Maasland ziekenhuis te Sittard. Daar heeft hij op 13 februari de ziekenzalving ontvangen en zijn verdere zaken met zijn neven, kinderen van zijn reeds overleden zus Grada en haar man Caspar Beenker, geregeld. Op zondag 14 februari 1999, om 19.40 uur, is hij overleden, in het bijzijn van Wiel van Eijk en dorpsgenoot Harrie van Hoof. Hij werd 80 jaar oud.<\/p>\n<p>Reeds op 4 april 1987 had Gerard van Hout zijn wilsbeschikking ondertekend, waarin hij verklaarde dat zijn stoffelijk over\u00acschot wordt bestemd voor ontleding in de Rijksuniversiteit Limburg:<br \/> \u00ab\u00a0Mochten er delen voor donor organen in aanmerking kunnen komen, dan zou ik daar dankbaar voor zijn. Echter, ik laat het geheel over aan de R.U.L.<br \/> Ik beschik dat mijn stoffelijk overschot na ontleding en bestudering in stilte wordt gecremeerd\u00a0\u00bb.<br \/>Daarom kon er geen begrafenis zijn. Op 20 februari was er een herdenkingsdienst voor hem in de kapel van het missiehuis. Overste Wim van Frankenhuijsen ging voor in deze dienst met assistentie van Harrie van Hoof, in het bijzijn van confra\u00acters, familie en bekenden. Met een jubelend Alleluya van H\u00e4ndel werd Gerard, als het ware, de hemel ingespeeld, alle\u00acmaal door hemzelf geregeld, evenals het gedachtenosprentje met enkele sobere feiten en slechts twee woorden tekst:<br \/> &lsquo;Credo &#8211; Amen&rsquo;.<\/p>\n<p>Bronnen:<br \/>&#8211; Archief nederl. provincie S.M.A., Cadier en Keer.<br \/>&#8211; Onze Krant, april 1999.<br \/>&#8211; A.V.O.M. (Alg. Ver. Oud-personeel van de Koninklijke Marine, sept. 1999<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Soci\u00e9t\u00e9 des Missions Africaines \u2013Province de Hollande n\u00e9 le 25 d\u00e9cembre 1918 \u00e0 Vessemdans le dioc\u00e8se de &lsquo;s-Hertogenbosch, Hollandemembre de la SMA le 15 juillet 1939pr\u00eatre le 28 mars&#8230;<\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[3],"tags":[],"class_list":["post-775","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-necrologe-sma"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.defunts.smainternational.site\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/775","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.defunts.smainternational.site\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.defunts.smainternational.site\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.defunts.smainternational.site\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.defunts.smainternational.site\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=775"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.defunts.smainternational.site\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/775\/revisions"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.defunts.smainternational.site\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=775"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.defunts.smainternational.site\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=775"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.defunts.smainternational.site\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=775"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}