Société des Missions Africaines – Province de Hollande
![]() |
né le 15 février 1894 à Helmond dans le diocèse de s-Hertogenbosch (Hollande) membre de la SMA le 12 octobre 1918 prêtre le 10 juillet 1921 décédé le 17 mars 1962 |
1921-1955 missionnaire au Ghana décédé à Horn, Hollande, le 17 mars 1962, |
Le père Antoon MEEUWSEN (1894 – 1962)
Le 17 mars 1962, à Horn (Hollande), retour à Dieu du père Antoon Meeuwsen, à l’âge de 68 ans.
Antoon Meeuwsen naquit à Helmond, dans le diocèse de Bois-le-Duc, en 1894. Il fit ses études à Keer et à Lyon. Il fit le serment en 1918 et fut ordonné prêtre en 1921. Le père Meeuwsen partit pour le vicariat de la Côte-de-l’Or. Il travailla quelques années dans le journalisme. Sous le pseudonyme de « Rusticus », il publia une série d’articles dans lesquels il se montra un habile antagoniste du Dr Azikiwe, banni de la Nigeria par le gouvernement anglais à cause de ses attaques contre l’administration coloniale.
Après l’érection du vicariat de Kumasi (1932), le père Meeuwsen fut rattaché à ce vicariat et il y fut supérieur des stations d’Obuasi et de Konongo. Ses soins de pasteur allaient de préférence vers les humbles et les pauvres qui peuplaient les taudis. Il aidait les indigents de ses conseils et de ses dons. Le père Meeuwsen a bien travaillé au Ghana, mais, d’un caractère assez dur, il était craint. Ses confrères qui le connaissaient lui pardonnaient beaucoup.
En 1955, souffrant de sclérose et anémié par le climat, le père Meeuwsen dut rentrer définitivement en Hollande. Alors, dans la souffrance et la prière, le père changea totalement. Lui, d’un caractère plutôt difficile et peu agréable, devient d’une grande douceur et d’un abord des plus agréables. Les confrères qui allaient le visiter revenaient profondément édifiés de sa foi et de sa patience.
Le père Meeuwsen aimait beaucoup sa Société et en était fier. Il mourut au sanatorium de Horn, et fut inhumé à Keer.
Pater Antoon MEEUWSEN (1894 – 1962)
Afkomst.
Antonius Wilhelmus Marinus Meeuwsen, zoon van Franciscus Meeuwsen en Henrica Panhuyzen, werd geboren te Helmond op 15 februari 1894 en daar dezelfde dag gedoopt in de St. Lamber¬tuskerk. Hij had twee zusters, waarvan mevr. J. v. Melis-Meeuwsen in Heerlen woonde: bij haar bracht pater Meeuw¬sen later dikwijls zijn vakanties door. Vader Meeuwsen was wever; hij is jong gestor¬ven en liet moeder Meeuw¬sen met twee meisjes en vijf jongens achter.
Ook Antoon’s jongere broer Harrie, geboren in 1906, heeft drie jaar in Keer gestu¬deerd (1918 – 1921); een zoon van zijn zus, Hein van Me¬lik, was enige jaren student van het missiehuis te Cadier en Keer (1941 – 1944).
Opleiding.
Na de lagere school te Helmond ging Antoon in 1910 naar het missieseminarie te Cadier en Keer en vandaar uit naar Lyon voor het noviciaat/ philosophie (1916 tot 1918) en de drieja-rige theologieopleiding (1918 tot 1921). Op 12 oktober 1918 werd hij door eedaflegging lid van de Sociëteit en op 10 juli 1921 werd hij te Lyon door Mgr. Moury priester gewijd.
Missionaris.
Pater Antoon Meeuwsen werd benoemd voor de missie van de Goudkust. Hij kwam daar te Cape Coast aan in november 1921, samen met zijn klasgenoot Joseph Strebler. De Elzasser pater Antoine Acker was pastoor van de parochie. Ook bisschop Hum¬mel, e-veneens een Elzasser, was die jaren woonachtig op de¬zelfde missieheuvel te Cape Coast. De algemeen overste had de bisschop in kennis gesteld van de aankomst van deze twee nieuwe missiona¬rissen en gaf een korte beschrijving. Over Antoon Meeuwsen schreef hij:
« Father Anthony Meeuwsen is a Dutchman, intelligent, pious, a bit original; he especially likes to discuss a little too much, but he is good and very serious at heart ».
Deze beoordeling van de staf van het seminarie bleek zeer juist te zijn. Mogelijk zat pater Meeuwsen in Cape Coast ook te dicht bij de bisschop, die daardoor wat minder enthousiast werd, om het maar zacht uit te drukken. Mgr. Hummel schreef naar de provinciaal:
« Fr. Meeuwsen is always still trying to hammer on open doors in his discussions; when he does not find a confre¬re for these, he puts them on paper to keep me busy ».
Na de periode van taalstudie en acclimatisatie te Cape Coast, bleef pater Strebler te Cape Coast en werd pater Meeuwsen in juli 1922 benoemd voor de missie van Kumasi. Precies een jaar heeft hij daar gewerkt met de paters V. Burg en J. Rothoff. In augustus 1923 werd hij door de bisschop Mgr. Hummel ‘vanwege gezondheids¬problemen’ teruggestuurd naar Nederland: pater Meeuwsen was ‘too original’ voor hem!
Een goed half jaar na pater Meeuwsen’s vertrek uit Afrika, stierf Mgr. Hummel. Een andere Elzasser, Mgr. Hauger, werd benoemd tot zijn opvol¬ger. Hij kwam in november 1925 met de s.s. ‘Kouroussa’ aan in de Goudkust met vier van zijn missio¬narissen, waaronder ook pater Meeuwsen, die een nieuwe start maakte. Na opnieuw een half jaar Cape Coast, ging hij terug naar Kumasi, waar hij in het district gewerkt heeft van juni 1926 tot februari 1932.
Hij was op vakantie in Nederland toen het bericht doorkwam van de oprichting van het vicariaat van Kumasi en de benoeming van provinciaal Paulissen als eerste bisschop. Dank zij zijn vakan¬tie was pater Meeuwsen, als verte¬genwoordi¬ger van het vicari¬aat Kumasi, prominent aanwezig bij de bisschopswij¬ding in de St. Servaas te Maas¬tricht, waar hij deelnam aan de wij¬dings¬plech¬tigheid als assistent van Mgr. Paulis¬sen.
Onmiddellijk hierna vertrok Antoon Meeuw¬sen weer naar Afrika. Na zijn vakantie heeft hij enkele maanden assis¬tentie verleend bij pater George Fischer te Berekum en werd toen door de nieuwe bisschop benoemd tot pastoor te Obuasi.
‘Rusticus’.
In 1936 kwam pater Toon Meeuwsen, zoals hij toen algemeen door zijn confraters genoemd werd, terug naar Kumasi. Hij was de Ashan¬ti corres¬pondent van het maandblad ‘Catholic Voice’. De katho¬lieke kerk werd in die jaren nogal aangevallen door de pers. Om het christenvolk beter te kunnen informeren, en mede om deze aanvallen te pareren, werd de ‘Catholic Voice’ opge¬richt. Pater Meeuwsen was een vechter: hij was zeer efficiënt in de verdediging van het geloof en het weerleggen van de aanvallen in de dage¬lijkse pers. Regelmatig publiceerde hij arti¬ke¬len in de pers en ook bijna maan¬delijks kwam je zijn pennevruchten tegen in de ‘Catholic Voice’ in de rubriek ‘Letter to the Editor’. In zijn pole-miek met Nnamdi Azikiwe, de latere Gouverneur-Gene¬raal van Nigeria en in die jaren journalist in de Goudkust, doch ook in enkele andere artike¬len, tekende hij met de schuil-naam ‘Rusticus’. Dan was deze missionaris op zijn best: vechtend voor een goede zaak, met volle overtuiging en een scherpe pen.
Mgr. Porter van Cape Coast schreef naar Mgr. Riberi, pauselijk delegaat voor Brits Afrika:
« We are passing through a most trying time here at pre¬sent. Day after day, columns of abuse against the Church, against His Holiness, as well as against the mission staff appear in the Press. We are doing whatever we can through our Catholic Voice and through our C.Y.M.S. to counteract its influence ».
Begin 1938 ging Toon op vakantie naar Europa, en gebruikte deze tijd om in Rome wat kerkelijk recht te gaan studeren. Na terugkeer in 1939 werd hij pastoor van Bekwai. In 1942 werd hij pastoor aan de kathedrale parochie te Kumasi, zijn oude vertrouwde stek, Na terugkeer van vakantie in 1948 werd hij benoemd tot pastoor in Konongo. Vanaf 1953 was hij pastoor te Bekwai. Van daaruit is hij in 1955 ziek naar Nederland terug¬gekeerd.
Pater Meeuwsen is altijd zichzelf gebleven: hij bleef origi¬neel, een vechtersbaas, een apologeet, een strijdbare pastor van armen en behoeftigen, een bestrijder van onrecht, recht door zee en onconventieel. Hij was niet altijd even gemakke¬lijk voor zijn collega’s en medewerkers in kerk en school.
Gestorven.
Na terugkeer heeft hij nog een zeer zware en ongelijke strijd moeten leveren tegen slopende ziektes: multiple sclerose en een leverkwaal. Hij werd opgenomen en verpleegd in de Ursula-k¬li¬niek te Wassenaar. Het gezin van zus, mevr. Melis te Heer¬len, had nogal contacten met het ziekenhuis in Heerlen, waar enkelen van hen ook werkten. Dit leidde ertoe dat Toon, na overeenkomst in 1958, werd opgenomen in het sanato¬rium ‘Hor¬nerhei-de’ te Horn, waar dezelfde Kleine Zusters van de H. Joseph werkten als in Heerlen. Tot aan zijn dood werd pater Meeuwsen in ‘Hornerheide’ ver¬zorgd door Zuster Tolentina. Pater van de Kooij heeft dat tref¬fend be¬schreven in een ‘In Memori¬am’ in het tijdschrift ‘Afrika Ontwaakt’. Pater Meeuwsen bleef vechten… , hij kreeg permis¬sie van Mgr. Giob¬be, de pauselijk Internuntius in Den Haag, om zittend de Heili¬ge Mis te lezen en daarvoor de votiefmis van de H. Maagd te gebrui¬ken. Op zaterdagmorgen 17 maart 1962 is hij, na zeven jaar van heel veel lijden, op 68-jarige leeftijd overleden in het sanatorium ‘Hornerheide’.
Op woensdag 21 maart 1962 is hij, na een plechtige uitvaart¬dienst in de kapel van het missiehuis te Cadier en Keer, op het missionarissenkerkhof daar bij zijn collega’s begraven.
Bronnen:
– Archief Nederl. Provincie S.M.A., Cadier en Keer.
– N. Douau: Biographies Missions Africaines 17.03.1962.
– J. van der Kooij in ‘Afrika Ontwaakt’ jrg. 1962, pg. 53.
– J. van Brakel: S.M.A. Missionary Presence in the Gold Coast, vol. II, pg. 159, 163, 336; vol. IV, pg. 78.
– J. van Brakel: In de voetsporen van St. Servaas: Mgr. H. Paulissen S.M.A. pg. 70.

