Société des Missions Africaines Province de Hollande
![]() |
né le 17 février 1911 à Koningsbosch dans le diocèse de Roermond, Hollande membre de la SMA le 30 juillet 1932 prêtre le 21 décembre 1935 décédé le 5 avril 2004 |
1936-1968 missionnaire en Gold Coast décédé à Maastricht, Hollande, le 5 avril 2004 |
Pater André STOFFELS (1911 – 2004)
Afkomst.
Joannes Andreas Stoffels werd geboren te Koningsbosch, Echt, op 17 februari 1911 als zoon van Gerardus H. Stoffels (+ 1969) en Catharina M. van Wandelen (1966). Hij werd dezelfde dag gedoopt in de kerk van O.L. Vrouw Onbevlekte Ontvangenis te Echterbosch. Hij was een van de oudsten in een groot gezin van een dozijn kinderen. De familie verhuisde al spoedig naar Spekholzerheide, waar André, zoals hij gewoonlijk genoemd werd, in de parochie van de H. Martinus in 1917 gevormd werd.
Opleiding.
Na de lagere school ging André naar het missie-college van de paters van de Afrikaanse Missiën te Cadier en Keer om priester-missionaris te worden. Hij begon zijn studies in 1923, het jaar van de oprichting van de Nederlandse SMA provincie. De franse invloed was echter in die jaren nog duidelijk te merken, zowel in mentaliteit als in methodiek en leer- en vormingsprogramma’s.
In 1930 ging André voor twee jaar naar Chanly in België, waar hij zijn noviciaat deed en philosophie studeerde. Op 30 juli 1932 werd hij aangenomen als lid van de Sociëteit met een positief oordeel over zijn vroomheid, toewijding, karakter en gezondheid. Over zijn verstandige vermogens werd genoteerd (in het Frans): “Bonne, lente, réfléchie”.
Hierna ging hij naar Hastings in Engeland voor zijn studie van de theologie. Tijdens het vierde jaar van de theologie, op 21 december 1935, werden hij en zijn dertien klasgenoten door Mgr. Peter Amigo, bisschop van Southwark, priester gewijd.
Missionaris.
Pater André Stoffels ontving zijn benoeming voor de missie van de Goudkust en kon zich, na het beëindigen van zijn studie in juli 1936, voorbereiden op het vertrek naar Afrika. Hij vertrok met de boot in oktober 1936 en kwam in de Goudkust (thans Ghana) aan in november 1936. Van de Engelse Bisschop W.Th. Porter ontving hij de benoeming voor het mijnstadje Tarkwa, waar Jan ter Linden overste was, doch na ruim een half jaar vervangen werd door Cor Bodewes. Voor de jonge priester-missionaris lag het werk echter niet zozeer in het stadje Tarkwa, maar in de omliggende plaatsen van dit gebied met meerdere goudmijnen, die toen allemaal nog in Britse handen waren. Hierdoor had je in deze mijnstadjes zoals bv. Tarkwa en Prestea, en in mindere mate Aboso en Bogoso, een blanke bevolkingsgroep met een eigen infrastructuur aan voorzieningen (‘European quarter, often on the Ridge’ met medische zorg, winkels, en ‘social life (club)’. Ook de missionarissen konden van deze diensten en faciliteiten gebruik maken, ofschoon niet iedereen dat deed en dan nog dikwijls op zeer bescheiden wijze, uitzonderingen natuurlijk daargelaten
Toen Cor Bodewes in mei 1939 op vakantie ging, bleef André enkele maanden alleen, tot in augustus. Harrie Sevriens werd toen de nieuwe overste van Tarkwa. In maart 1940 werd pater Stoffels overgeplaatst verder het binnenland in. Hij werd benoemd tot assistent van pater Alfons Tillie in Asankrangwa. Dit was een dorp met veel minder faciliteiten dan Tarkwa, doch met een veel uitgebreider district. Enchi was nog niet geopend als een hoofdstatie en ook Bogoso met de ‘surface mining’, toen nog operationeel, behoorde tot het Asankrangwa district. Overal in het binnenland werden in die jaren plaatselijke schooltjes geopend.
Begin 1941 begon pater Tillie met zijn gezondheid te sukkelen. Hij voelde zich niet fit en dat werd van dag tot dag erger. Na enige tijd werd hij opgenomen in het ziekenhuis te Kumasi waar men een ontstellende bloedarmoede constateerde ten gevolge van een verwaarloosde malaria. Eigenlijk zou hij terug moeten naar Nederland, doch dat ging niet vanwege de oorlog. Pater Stoffels zat intussen wel met een enorm district en een ziekelijke pastoor, dat veel aandacht en verzorging vroeg. Na een maand in het ziekenhuis te zijn geweest in Kumasi, ging pater Tillie voor een rustkuur naar Elmina. Maar zijn toestand verbeterde niet. Integendeel! Hij ging langzaam maar zeker achteruit. Mgr. Porter greep in. Hij liet pater Tillie naar het ziekenhuis in Accra brengen en benoemde pater Huub Lehaen tijdelijk als overste van Asankrangwa. In December 1941 overleed pater Tillie op 43 jarige leeftijd.
Deze paar jaren in Asankrangwa hebben, naar mijn mening, een zeer grote indruk nagelaten bij pater Stoffels. Pater Tillie had een moeilijke tijd meegemaakt onder Mgr. Hauger. Dit was wel voor de komst van pater Stoffels in de Goudkust, doch samen hebben ze daarover blijkbaar veel gepraat. Tot op hoge leeftijd kon pater Stoffels daar nog uitvoerig over verhalen. Op dezelfde wijze kon hij uitweiden over de lange lijdensweg en het moeilijk sterfbed van pater Tillie. Of dit ook anderszins van invloed op hem is geweest, kan ik niet met zekerheid zeggen. Wel weet ik, dat hij zijn hele leven lang een bijzondere belangstelling heeft gehad voor zijn gezondheid en alle mogelijke ziekteverschijnselen en kwaaltjes met daarbij horende geneesmiddelen.
In juli 1942 werden de seminaristen van het seminarie te Amisano overgebracht naar St. Augustine’s College te Cape Coast, omdat de gebouwen gevorderd werden door de Engelse luchtmacht (RAF). Hierdoor kwamen stafleden vrij en werd Antoon van Hout benoemd tot assistent in Asankrangwa om André Stoffels, die intussen al ver in zijn zesde jaar in de missie werkzaam was, te vervangen. Pater Stoffels werd benoemd tot assistent in de parochie Sekondi. Ook Sekondi had in die jaren een behoorlijk district, want Takoradi was nog niet geopend en een groot gedeelte van het Ahanta district viel onder de missie van Sekondi. In dit stadje met de nabijgelegen haven waren echter meer faciliteiten aanwezig; verschillende buitenstaties, ofschoon niet allemaal, waren over betere wegen bereikbaar en sommige dorpen hadden goed drinkwater. Het merendeel van zijn tijd in Sekondi was Louis Moonen daar zijn overste.
Na het eind van de oorlog kwam het vervoer van Europa naar Afrika en omgekeerd zeer traag op gang. Vele schepen waren onder de oorlog verloren gegaan en vervoer per vliegtuig bestond nauwelijks in die jaren. Pater Stoffels scheen nog redelijk gezond en in vrij goede conditie te zijn, want hij ging na de oorlog als een van de laatsten op vakantie naar Europa. Pas in februari 1947 vertrok hij, naar meer dan tien jaar ononderbroken verblijf in de Goudkust. Het paste wel een beetje bij de aard van deze missionaris, die nooit gehaast en gewoonlijk aan de late kant was. (“Late in the evening, Fr. Stoffels arrived at Prestea from Bogoso on Ash Wednesday, February 26, 1941, with his candidates for Confirmation by Mgr. Porter and was welcomed by Fr. J. Vaes” : J. v. Brakel in SMA missionary presence, vol. IV, pag. 155).
Reizen ging toen nog steeds met vrachtschepen met passagiersaccommodatie van de Holland West Afrika Lijn (HWAL, door de reizigers vertaald met Het Wordt Altijd Later). Heen en terug was je gemiddeld, met de wachttijden inbegrepen, zeker een paar maanden kwijt.
In april 1948 was André Stoffels terug in de missie, waar hij benoemd werd tot overste van Breman-Asikuma, een rustige plattelandsparochie met een buitenstatiepater voor het district. Ook Besease viel toen nog onder Asikuma, ofschoon Piet Giebels, belast met de buitenstaties, reeds voorbereidingen aan het treffen was om van Besease een zelfstandige parochie te maken. Dit geschiedde in 1952, doch toen was Pater Stoffels al vertrokken.
Hij werd in augustus 1951 benoemd tot pastoor van Eikwe. Pater Lochtman was al een paar maanden tevoren op vakantie gegaan, zodat pater Jaap Bakker alleen zat met zijn buitenstaties en de hoofdstatie met een kliniek en een communiteit van Zusters, die ook geregelde Eucharistievieringen verlangden. Pater Stoffels werd tevens benoemd tot deken van het dekenaat Axim. Deze benoeming voor Eikwe werd geen succes. Eikwe was een klein dorp in de Nzema, geïsoleerd gelegen aan de zee, tussen Axim en Half Assini, met nauwelijks enige voorzieningen, die het leven wat aangenamer konden maken. Doch voor pater Stoffels was de eenzaamheid het grote probleem. Hij zat in een ander taalgebied en er waren in die jaren in de Nzema dorpjes, buiten de paar onderwijzers in de dorpsschooltjes, nauwelijks mensen die Engels spraken. De actieve mensen trokken weg om elders in het land werk te zoeken in de mijnen, bij de politie, of commerciële bedrijven
Het kon er stil zijn in Eikwe.. zeer stil. En als met regenachtige dagen de mensen vroeg gingen slapen en het dorp in het duister lag, want elektriciteit was er niet, dan hoorde je niets anders dan de branding van de zee en de regen op het zinken dak. Die intense stilte! Dat viel op pater Stoffels en dat benauwde hem, maakte hem zelfs bang. Het werd een obsessie. Hij liet zware grendels aanbrengen op deuren van kamers in het missiehuis. Na zes maanden, in februari 1952 greep de Bisschop in en werd pater Stoffels uit Eikwe weggehaald. Pater Lochtman was juist teruggekomen van zijn vakantie en werd opnieuw benoemd voor Eikwe. André Stoffels werd benoemd tot assistent in Agona Swedru, waar zijn eerste pastoor Jan ter Linden de overste was. Ook was er nog een andere priester voor de buitenstaties, zodat hij meer gezelschap om hem heen had en tot rust kon komen.
In januari 1953 ging hij voor de tweede keer op vakantie naar Europa; Deze keer niet na meer dan tien jaar, doch ruim vier en een half jaar.
Na zijn vakantie werd pater Stoffels in oktober 1953 benoemd voor Tarkwa, waar hij als missionaris begonnen was in 1936 en waar Harrie Sevriens nog steeds overste was. Na enkele maanden ging deze op vakantie en nam Stoffels over als pastoor van deze parochie. Bijna tien jaar zou hij als pastoor in Tarkwa blijven.
Fotograferen was in deze jaren zijn grote hobby. Met eindeloos geduld kon hij de situatie bestuderen: de achtergrond, vlakverdeling, lichtval enz. Veel trok hij in deze jaren op met zijn klasgenoot Frans Ramakers, die zijn buurpastoor was te Asankrangwa. Samen ook kwamen ze in augustus 1957 naar Cape Coast om hun klasgenoot Benoit Evers, pastoor te Assin Foso, te begraven. In Tarkwa werd intussen gebouwd aan een nieuw kerkgebouw.
Na zijn vakantie in 1963 ontving pater Stoffels zijn benoeming voor Asikuma. Dit was bekend terrein voor hem. Doch de buitenstaties waren veel minder in aantal, omdat een groot gedeelte ervan onder de parochie van Besease vielen. Ook begon pater André zich steeds meer zorgen te maken over zijn gezondheid en Asikuma had nu een missieziekenhuisje met Spaanse Zusters en een Italiaanse arts. Drie jaar heeft hij het nog uitgehouden, doch ging toen op medisch advies terug naar Europa. Onderzoekingen in ziekenhuizen te Rome en te Kerkrade vielen nogal mee. Nog een keer ging pater Stoffels terug naar Afrika. Hij werd nu benoemd tot ‘chaplain’ van St. Mary’s te Apowa, een kweekschool voor onderwijzers, Dit college lag dicht bij de havenplaats Takoradi met alle moderne faciliteiten en voorzieningen. Doch pater Stoffels zat al uit te zien naar alternatieven als bijvoorbeeld een parochie in Zuid-Frankrijk. In juli 1968 verliet hij het land waar hij meer dan 30 jaar gewerkt had en dat van de Engelse kolonie Goudkust het onafhankelijke Ghana was geworden. De Britse Mgr. William Porter werd van Apostolisch Vicaris de eerste aartsbisschop van Cape Coast en was intussen opgevolgd door de Ghanese aartsbisschop John Kodwo Amissah.
Na een goede vakantie werd pater André Stoffels benoemd tor pastoor in de Eifel in het bisdom Aken, Duitsland. Op 8 juni werd hij door de deken van Mechernich geïnstalleerd als patoor van de parochies St. Cecilia te Pesch en St. Goar te Harzheim. Elf jaar heeft hij daar gewerkt. Toen is hij met emeritaat gegaan. Hij vestigde zich in Lanaken, waar ook zijn zus en haar man woonden, en bleef beschikbaar voor pastorale diensten in de parochie. Bijna zestien jaar heeft hij in Lanaken gewoond.
Overleden.
Op 18 maart 1996 nam hij zijn intrek in het missiehuis te Cadier en Keer. Daarvoor was wel enige overredingskracht voor nodig geweest van het bestuur van de SMA, zijn familie en de betrokken geestelijken in Lanaken. Hoewel pater Stoffels voor zijn leeftijd zeer helder van geest was, ging hij physiek toch achteruit en zagen de direct betrokkenen, op wie hij veelvuldig een beroep deed, de toekomst met zorg tegemoet.
Hij heeft nog enkele jaren van het leven mogen genieten. Want hij was een levensgenieter en een gezelschapsmens. Hij had mensen nodig om zich heen. Hij had een scherp verstand en een helderheid van geest tot het einde toe, en een uitzonderlijk goed geheugen. Door zijn wijde belangstelling, zijn vermogen om over alles te kunnen meepraten en zijn natuurlijke charme, maakte hij gemakkelijk contact met mensen en bouwde hij een wijde kring op van vrienden en kennissen, waaraan hij zeer hechtte. Hij kon volop genieten van een uitstapje of een etentje, en had graag mensen om zich heen. Hij kwam daarbij altijd tijd te kort en had nog zo veel meer uitgebreid te verhalen.
Lichamelijk ging hij steeds meer achteruit. Hij kwam in een rolstoel en moest aan zijn heup geopereerd worden. Ook had hij, zijn hele leven lang, zijn toevlucht genomen tot een bonte schakering van medicijnen of andere middeltjes uit binnen- of buitenland. Ook schroomde hij niet – zo lezen we op het bidprentje – om een beroep te doen op de liefde en het geduld van anderen. Zijn zus Thérèse en haar man Hubert stonden de laatste jaren steeds voor hem klaar.
In maart 2004 moest hij opnieuw opgenomen worden in het ziekenhuis te Maastricht. Hij had reeds de ziekenzalving ontvangen. Op 5 april 2004, maandag in de Goede Week, overleed pater André Stoffels op 93 jarige leeftijd. De plechtige uitvaartdienst vond plaats op 13 april met assistentie van Denis van de Laak uit Eschweiler en een vroegere pastoor uit Lanaken. De kapel zat vol met confraters, familie en kennissen, waaronder een grote delegatie uit zijn parochie Pesch in Duitsland.
Bronnen:
Archief Nederlandse Provincie SMA, Cadier en Keer.
Onze Krant, nr. 132, mei 2004.

